Parlementaire democratie
Het politieke systeem van Canada is deels geënt op het Britse systeem, maar kent ook elementen uit het Franse rechtssysteem en het Amerikaanse model. Het volk kiest haar vertegenwoordigers, die zetelen in het parlement te Ottawa, in de provincie Ontario. Het parlement is verdeel in een House of Commons, het huis van Afgevaardigden, vergelijkbaar met het lagerhuis en – naar Amerikaans model – een Senate, die men kan vergelijken met het Hogerhuis. In het Hogerhuis zetelen geen vertegenwoordigers van de adel (de Lords) zoals in Londen, omdat Canada geen adellijke titels hanteert.
Leden van het lagerhuis worden in het hele land gekozen via een zgn. Riding districtenstelsel, waarin elk district één parlementslid afvaardigt, op wie het hoogste aantal stemmen zijn uitgebracht. Wie in deze federale verkiezingen is gekozen wordt lid van het lagerhuis van het parlement (Member of Parliament, of MP).
Op wat minder democratische wijze wijst de minister-president van de federale regering de leden van de senaat aan. Omdat die senaat daardoor vooral bemenst door de politieke kleur van de zittende premier, staat dit systeem ernstig ter discussie. Er worden regelmatig voorstellen gedaan om ook de senatoren door het volk te laten kiezen.
De partij die als grootste uit de verkiezingen tevoorschijn komt levert de Premier, de minister-president. Deze vormt een kabinet met ministers uit zijn partij, die net als hij eveneens lid zijn van het parlement. Net als na de laatste verkiezingen is het niet ongebruikelijk dat de grootste partij geen absolute meerderheid heeft en een minderheidskabinet vormt. Het is niet de gewoonte om een formele coalitie te vormen. Een minderheidsregering blijft vaak overeind door informele steun van andere partijen. Minderheidsregeringen leiden niet tot daadkrachtige kabinetten, die derhalve vaak al na korte tijd vallen. Ook het beleid ontbeert in dergelijke gevallen de aanpak die land en economie nodig hebben. Ook is recentelijk gebleken, dat er tussen politieke kleuren stevige schommelingen in kiezerssteun plaats hebben gevonden, hetgeen evenmin heeft bijgedragen aan sterk nationaal beleid.
In principe heeft elke regering een zittingsperiode van maximaal 5 jaar. Dit is de periode van het wettelijk mandaat aan het parlement. De minister-president kan echter eerder verkiezingen uitschrijven. Dit gebeurt in elk geval als het parlement onvoldoende vertrouwen in de regering demonstreert. Het noodzakelijke toekennen van delen van de begroting voor door de regering gewenst beleid (moneybills) levert niet zelden de onoverkomelijke twistpunten waardoor het parlement het vertrouwen in de regering verliest.
De vorige regering van Paul Martin (Liberals) viel voor het eerst in de geschiedenis van Canada door een echte motie van wantrouwen. Aanleiding was het schandaal over zgn. Sponsorship: grote sommen belastinggeld verdwenen op onethische, waarschijnlijk onwettige wijze naar de Liberals, die daarmee o.a. hun eigen promotie en marketing versterkten.
De conservatieven wonnen daarop de meest recente verkiezingen in 2006. Premier Stephen Harper vormt thans het hoofd van de regering. Ook deze Conservatieve minderheidsregering zal het met de informele steun van andere partijen moeten zien te redden.
Het Huis van Afgevaardigden heeft 308 zetels, die na de laatste verkiezingen van 2006 als volgt zijn verdeeld:
| Conservatives |
124 zetels |
| Liberals |
103 zetels |
| Bloc Québécois |
51 zetels |
| New Democratic Party |
29 zetels |
| Overige |
1 zetel |
Voor het laatste nieuws, klik hier. |